Terug
Gepubliceerd op 05/06/2024

Besluit  Gemeenteraad

ma 27/05/2024 - 20:00

Belastingreglement op het afleveren van administratieve stukken en voor de uitvoering van conformiteitsonderzoeken. Vaststelling.

Aanwezig: Lieven Van Nyen, Voorzitter
Dorien Cuylaerts, Burgemeester
Bob Van den Eijnden, Karl Geens, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bert Vangenechten, Schepenen
Wim De Visscher, Stefan Maes, Bart Van De Mierop, Zoë Wouters, Danny Eelen, Lut Backx, Kevin Druyts, Jurgen Van Leuven, Aline Maes, Jeroen Ooms, Karel Godet, Jef Martens, Raadsleden
Nina De Vrij, Algemeen directeur wnd.
Verontschuldigd: Diede Van Dun, Raadslid
Bart Adams, Algemeen directeur
Sabine Fransen, Raadslid

Gelet op de Grondwet, meer bepaald artikel 170, §4;

Gelet op de Wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfsbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953;

Gelet op de Wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;

Gelet op de Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de Wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;

Gelet op het Consulair Wetboek van 21 december 2013, meer bepaald artikel 50-67;

Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald artikel 40, §3 en artikel 41, 14°, zoals gewijzigd door artikel 3 van het Decreet van 8 mei 2018 houdende wijziging van artikel 41 van het Decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur, wat de verfijning van de belastingbevoegdheid van de gemeenteraad betreft;

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018, meer bepaald artikel II, 31, tweede lid;

Gelet op het Decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer;

Gelet op de decreten over het Vlaamse Woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020, zoals gewijzigd, hierna Vlaamse Codex Wonen van 2021;

Gelet op het decreet van 21 april 2023 tot wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen (‘middellange termijndecreet’)

Gelet op het Koninklijk besluit van 10 december 1996 betreffende de verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf jaar;

Gelet op het Koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten;

Gelet op het Koninklijk Besluit van 10 december 1996 betreffende de verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf jaar;

Gelet op het Koninklijk Besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;

Gelet op het Koninklijk Besluit van 5 maart 2017 tot bepaling van de verblijfsvergunningen waarvoor de gemeenten retributies kunnen innen voor het vernieuwen, verlengen of vervangen ervan en tot bepaling van het maximumbedrag bedoeld in artikel 2, § 2, van de Wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfsbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 betreffende de woningkwaliteitsbewaking;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2019 betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd, hierna Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021;

Gelet op het Besluit van 8 december 2023 tot wijziging van diverse besluiten betreffende het Woonbeleid;

Gelet op het Ministerieel Besluit van 20 juli 2005 tot bepaling van de betalingswijze van de retributies;

Gelet op het Ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder twaalf jaar en de kaarten en verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, waarvan de bijlage is gewijzigd bij Ministerieel Besluit van 27 maart 2013;

Gelet op het Ministerieel Besluit van 19 april 2014 aangaande de afgifte van paspoorten, meer bepaald artikel 2;

Gelet op de Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

Gelet op de Omzendbrief FOD Binnenlandse Zaken van 12 september 2017;

Gelet op de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019;

Gelet op het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd, in het bijzonder art. 2.15, 2de lid, 2° dat stelt dat het vaststellen van een verordening waarbij het conformiteitsattest verplicht wordt gesteld in bepaalde situaties een aanvullende activiteit kan vormen binnen het intergemeentelijk project ter ondersteuning van het lokaal beleid, zoals Kempens Woonplatform en art. 2.30 dat stelt dat de initiatiefnemer van een dergelijk project voor de periode 2023-2025 een herziening kan vragen voor de aanvullende activiteiten in zijn activiteitenpakket;

Gelet op art. 3.2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 dat bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening het conformiteitsattest verplicht kan stellen;

Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 20 juni 2022 houdende de verordening betreffende de invoering van het verplicht conformiteitsattest;

Gelet op het toekomstig art. 3.3/1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 dat bepaalt dat de gemeente bij verordening de gevallen kan bepalen waarin ze een vergoeding vraagt voor de uitvoering, op verzoek, van een conformiteitsonderzoek dat verloopt volgens de procedure vermeld in art. 3.3;

Gelet op het toekomstig art. 3.4, vierde lid van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 dat stelt dat voormelde vergoeding van een conformiteitsonderzoek maximum € 200 bedraagt per onderzochte woning en in ieder geval beperkt is tot de werkelijke kosten; dat voormelde vergoeding jaarlijks op 1 januari aangepast wordt en voor de eerste maal op 1 januari 2025 volgens de volgende formule: nieuw bedrag = basisbedrag x aangepaste gezondheidsindex/gezondheidsindex van november 2023 (basisjaar 2013);

Gelet op het belastingreglement op het afleveren van administratieve stukken, zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 5 december 2022, in het bijzonder art. 4, §1, 14° en 15° en artikel 5 betreffende de belasting op de behandeling van een aanvraag van een conformiteitsattest voor zelfstandige woningen en kamerwoningen van de gemeente Rijkevorsel;

Overwegende dat het aangewezen lijkt om voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek een vergoeding vast te stellen binnen het nieuwe decretale kader; dat met de toekomstige nieuwe regelgeving voorzien wordt in meer mogelijkheden om een vergoeding te vragen;

Overwegende dat het door de gewijzigde regelgeving vanaf 1 juni 2024 (enkel nog) mogelijk zal zijn om een vergoeding per conformiteitsonderzoek te vragen; dat tot op heden een vergoeding gevraagd wordt voor de behandeling van de aanvraag van een conformiteitsattest; dat in de praktijk echter blijkt dat er vaak meer dan één conformiteitsonderzoek uitgevoerd wordt voor de woning conform verklaard kan worden; dat met de nieuwe regelgeving in deze gevallen een vergoeding per conformiteitsonderzoek gevraagd worden (i.p.v. één vergoeding per aanvraag voor een conformiteitsattest), waardoor de vergoeding meer in verhouding zal staan tot de gemaakte kosten;

Overwegende dat het maximale bedrag dat vanaf 1 juni 2024 gevraagd kan worden bovendien verhoogd wordt naar € 200 per conformiteitsonderzoek;

Overwegende dat de vergoeding steeds beperkt moet zijn tot de werkelijke kosten; dat het betreffende conformiteitsonderzoek steeds uitgevoerd moet worden door een woningonderzoeker in opdracht van de gemeente en dat dergelijk onderzoek steeds gepaard gaat met een administratieve verwerking; dat hierdoor blijkt dat de huidige vergoeding die gevraagd kan worden niet in overeenstemming is met de werkelijke kosten; dat de kosten van een conformiteitsonderzoek in de praktijk omstreeks of zelfs hoger dan € 200 liggen;

Overwegende dat het lokale bestuur echter wenst in te zetten op het verhogen van de woningkwaliteit en in dat opzicht momenteel de werkelijke kost niet volledig wil doorrekenen;

Overwegende dat de vergoeding gevraagd wordt per onderzochte woning en dus per opgemaakt technisch verslag; dat een kamer beschouwd wordt als een type woning (art. 1.3, §1, eerste lid, 25° Vlaamse Codex Wonen van 2021); dat dit in het geval van kamers dus een vergoeding per kamer is;

Overwegende dat er voor kamerwoningen een maximale kostprijs voorzien wordt, zodat de vergoeding niet kan blijven oplopen bij een groot aantal onderzochte kamers in een kamerwoning;

Overwegende dat conform art. 3, §1, 14° van vermeld belastingreglement de belasting € 90 bedraagt voor een conformiteitsattest voor een zelfstandige woning, zoals bedoeld in het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 betreffende de woningkwaliteitsbewaking; dat conform art. 3, §1, 15° van vermeld belastingreglement de belasting € 90 bedraagt, verhoogd met € 15 per kamer, met een maximum van € 1 775, voor een conformiteitsattest voor een kamerwoning, zoals bedoeld in het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 betreffende de woningkwaliteitsbewaking;

Overwegende dat wordt voorgesteld om het bedrag van de belasting voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek per onderzochte woning vast te stellen op € 90; met een maximum van € 1 775 voor een kamerwoning;

Overwegende dat de vergoeding enkel gevraagd kan worden voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek op verzoek; dat in volgende gevallen een vergoeding gevraagd wordt voor een conformiteitsonderzoek (deze gevallen worden altijd als een conformiteitsonderzoek gezien):

-        In het kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, §1, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

-        In het kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, met toepassing van artikel 3.12 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

-        In het kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure als vermeld in artikel 3.10, derde lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

Overwegende dat in een aantal gevallen geen vergoeding gevraagd zal (kunnen) worden:

-        Voor de uitvoering van het eerste conformiteitsonderzoek in het kader van een waarschuwingsprocedure (veelal op vraag van de huurder) of een procedure tot ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring (veelal op initiatief van de gemeente/burgemeester, de zogenaamde ambtshalve onderzoeken), cf. toekomstig artikel 3.3/1 Vlaamse Codex Wonen van 2021;

-        Voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek op vraag van de woonmaatschappij.

Woonmaatschappijen zijn wettelijk verplicht om sociale huurwoningen aan te bieden en het woningbestand te herwaarderen, via het eigen patrimonium of via inhuring op de private huurmarkt om kwaliteitsvolle woningen en kamers te verhuren tegen een redelijke huurprijs (art. 4.40 Vlaamse Codex Wonen van 2021). Deze huurwoningen moeten aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten voldoen (art. 3.1 Vlaamse Codex Wonen van 2021). In tegenstelling tot private personen, heeft de woonmaatschappij niet de keuze om deze woningen niet aan te bieden en te verhuren, die kwaliteitsvol dienen te zijn. De overheidsprestatie in kwestie (nl. uitvoeren woningonderzoek i.f.v. vaststelling conformiteit) waarvoor de retributie verschuldigd wordt, is bijgevolg impliciet het gevolg van een overheidsverplichting zelf, waardoor het om die reden gepast voorkomt de woonmaatschappijen vrij te stellen van de retributieOverwegende dat naar analogie de vrijstelling wordt doorgetrokken naar de nog actieve en erkende sociale verhuurkantoren en sociale huisvestingsmaatschappijen, die gelijkaardige verplichtingen hebben, zolang de omschakeling naar de woonmaatschappijen niet rond is;

Overwegende dat het verder aangewezen is om de bedragen aan te passen m.b.t. de dienstverlening inzake vreemdelingenzaken;

Overwegende dat de vigerende regelgeving ook voorziet in een bijdrage voor het afleveren van een bestuurderspas voor taxi en VVB, dewelke ook dient te worden opgenomen in onderhavig reglement;

Overwegende dat het omwille van de duidelijkheid aangewezen lijkt om het gemeenteraadsbesluit van 5 december 2022 houdende de vestiging van een belasting op het afleveren van administratieve stukken op te heffen en te vervangen door een nieuw besluit;

Gelet op de financiële toestand van de gemeente;

Gelet op de bespreking;

Overwegende dat raadslid Jeroen Ooms een amendement indient dat ertoe strekt om artikel 4, 17° van het reglement als volgt aan te passen:

“Art.4.-

17° voor het opmaken, controleren en afleveren van een dossier voor de aanvraag van de Belgische nationaliteit: € 150 bovenop de wettelijk vastgestelde kost van € 150.”

Gelet op de stemming over het amendement, hetwelk wordt verworpen met 16 neen-stemmen, 2 ja-stemmen en 1 onthouding (neen-stemmen: Lieven Van Nyen, Dorien Cuylaerts, Bob Van den Eijnden, Karl Geens, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bert Vangenechten, Wim De Visscher, Stefan Maes, Bart Van De Mierop, Zoë Wouters, Danny Eelen, Lut Backx, Kevin Druyts, Jurgen Van Leuven, Karel Godet; ja-stemmen: Jeroen Ooms, Jef Martens; onthoudingen: Aline Maes);

Gelet op de stemming over de hoofdvraag, dewelke wordt aangenomen met 17 ja-stemmen en 2 onthoudingen (ja-stemmen: Lieven Van Nyen, Dorien Cuylaerts, Bob Van den Eijnden, Karl Geens, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bert Vangenechten, Wim De Visscher, Stefan Maes, Bart Van De Mierop, Zoë Wouters, Danny Eelen, Lut Backx, Kevin Druyts, Jurgen Van Leuven, Aline Maes, Karel Godet; 2 onthoudingen: Jeroen Ooms, Jef Martens);

Publieke stemming
Aanwezig: Lieven Van Nyen, Dorien Cuylaerts, Bob Van den Eijnden, Karl Geens, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bert Vangenechten, Wim De Visscher, Stefan Maes, Bart Van De Mierop, Zoë Wouters, Danny Eelen, Lut Backx, Kevin Druyts, Jurgen Van Leuven, Aline Maes, Jeroen Ooms, Karel Godet, Jef Martens, Nina De Vrij
Voorstanders: Lieven Van Nyen, Dorien Cuylaerts, Bob Van den Eijnden, Karl Geens, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bert Vangenechten, Wim De Visscher, Stefan Maes, Bart Van De Mierop, Zoë Wouters, Danny Eelen, Lut Backx, Kevin Druyts, Jurgen Van Leuven, Aline Maes, Karel Godet
Onthouders: Jeroen Ooms, Jef Martens
Resultaat: Met 17 stemmen voor, 2 onthoudingen

Art. 1.- Het gemeenteraadsbesluit van 5 december 2022 houdende de vestiging van een belasting op het afleveren van administratieve stukken wordt opgeheven.

Art. 2.- Met ingang van 1 juni 2024 voor een termijn eindigend op 31 december 2025 wordt een belasting gevestigd op de aflevering van administratieve stukken en voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen:

  • In het kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, §1, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  • In het kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, met toepassing van artikel 3.12 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  • In het kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure als vermeld in artikel 3.10, derde lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. 

Art. 3.- De belasting is verschuldigd door de personen of instellingen aan wie deze stukken door de gemeente op verzoek of ambtshalve worden uitgereikt. 

Art. 4.- §1. De bedragen van de belasting worden als volgt vastgesteld:

1° voor identiteitskaarten (eiD) en vreemdelingenkaarten (EVK, uitgezonderd het vernieuwen, verlengen of vervangen van een elektronische vreemdelingenkaart A): het bedrag aangerekend door de hogere overheid, verhoogd met een bedrag van € 2;

2° voor het vernieuwen, verlengen of vervangen van een elektronische vreemdelingenkaart A (maximaal éénmaal per jaar): het bedrag aangerekend door de hogere overheid, verhoogd met een bedrag van € 35;

2bis° voor de afgifte aan eenzelfde persoon van een bijlage 15bis, 19, 19ter of 41bis van het Koninklijk Besluit van 8 oktober 1981 over de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen:

  • eerste afgifte: € 40;
  • tweede afgifte: € 70;
  • derde afgifte: € 100;
  • vierde afgifte: € 130;
  • vijfde afgifte en alle aangiften na de vijfde: € 160;

3° voor Kids-iD (identiteitskaarten voor kinderen onder de twaalf jaar): het bedrag aangerekend door de hogere overheid;

4° voor identiteitsbewijzen voor een niet-Belgisch kind: € 2;

5° voor paspoorten voor meerderjarigen: het bedrag aangerekend door de hogere overheid, verhoogd met een bedrag van € 5;

6° voor paspoorten voor minderjarigen: het bedrag aangerekend door de hogere overheid;

7° voor voorlopige rijbewijzen (Europees): het bedrag aangerekend door de hogere overheid;

8° voor definitieve rijbewijzen (Europees): het bedrag aangerekend door de hogere overheid, verhoogd met een bedrag van € 5;

9° voor internationale rijbewijzen: het bedrag aangerekend door de hogere overheid, verhoogd met een bedrag van € 4;

10° voor verklaringen van wettelijke samenwoonst: € 5;

11° voor een bewijs bij een huwelijk: € 15;

12° voor een nieuwe PIN/PUK-code: € 5;

13° voor een token voor een niet-inwoner: € 10;

14° voor een conformiteitsonderzoek voor een zelfstandige woning, zoals bedoeld in het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021: € 90;

15° voor een conformiteitsonderzoek voor een kamer, zoals bedoeld in het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021: € 90, met een maximum van € 1 775 voor een kamerwoning;16° voor een bestuurderspas (eenmalig voor taxi en VVB): € 20;

17° voor het opmaken, controleren en afleveren van een dossier voor de aanvraag van de Belgische nationaliteit: € 250;

18° voor het opmaken van een attest van immatriculatie: € 7. 

§2. De in paragraaf 1 vermelde bedragen worden verhoogd met de eventuele kosten die door de hogere overheid worden aangerekend voor een spoedprocedure. Art. 5.- Van de belasting worden vrijgesteld:

  • de eerste elektronische identiteitskaart of een verblijfsbewijs voor vreemdelingen aan een kind vanaf 12 jaar;
  • de gerechtelijke overheden, de openbare besturen en de daarmee gelijkgestelde instellingen alsook de instellingen van openbaar nut;
  • de stukken die krachtens een wet, decreet, koninklijk besluit, besluit van de Vlaamse Regering of een andere overheidsverordening kosteloos door het gemeentebestuur dienen te worden afgegeven;
  • de stukken, die aan behoeftige personen worden afgegeven, hetgeen wordt vastgesteld door elk overtuigend bewijsstuk;
  • de machtigingen met betrekking tot godsdienstige of politieke demonstraties;
  • de mededeling door de politie, aan de verzekeringsmaatschappijen, van de inlichtingen omtrent het gevolg dat gegeven werd ter zake van verkeersongevallen op de openbare weg;
  • de geldigheidsverklaring van aanvraagformulieren voor vermindering op biljetten van het openbaar vervoer;
  • de bescheiden nodig voor het solliciteren voor een betrekking door werklozen (al dan niet uitkeringsgerechtigd), pas afgestudeerden, laatstejaarsstudenten, leerlingen van het laatste jaar secundair onderwijs of werkzoekende personen van wie het enig inkomen, het bestaansminimum is, dewelke zelf het bewijs dienen te leveren dat ze voor vrijstelling in aanmerking komen en dat de bescheiden waarvoor ze de belastingvrijstelling vragen, bij het solliciteren nodig zijn;
  • alle akten of getuigschriften, opgemaakt en afgeleverd voor de uitvoering van de wet betreffende het herstel van zekere schade, veroorzaakt aan private goederen;
  • het conformiteitsonderzoek dat wordt uitgevoerd op vraag van de woonmaatschappij; Zolang het erkende sociaal verhuurkantoor woningen inhuurt op de private markt of een erkende sociale huisvestingsmaatschappij woningen verhuurt, worden zij voor de toepassing van deze bepaling gelijkgesteld met de woonmaatschappij;
  • het conformiteitsonderzoek dat uitgevoerd wordt na een verzoek om de woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren met toepassing van art. 3.13 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021
  • het conformiteitsonderzoek dat uitgevoerd wordt na een melding in de waarschuwingsprocedure als vermeld in art. 3.10, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. 

De belasting is niet toepasselijk voor de afgifte van stukken die krachtens een wet, een koninklijk besluit of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een recht ten behoeve van de gemeente onderworpen is. Uitzondering wordt gemaakt voor de rechten die de met het afgeven van reispassen belaste gemeenten ambtshalve toekomen. 

Art. 6.-  Het bedrag van de belasting dient contant te worden betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs bij aanvraag, eventueel vermeerderd met eventuele verzendingskosten. 

Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting. 

Art. 7.- De belastingschuldige kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. 

Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn. 

Het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de contante inning van de belasting, of wanneer de belasting een kohierbelasting wordt, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. 

Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan. 

Art. 8.- Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het Decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en artikel 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat wetboek van toepassing, voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen. 

Art. 9.- De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur. 

Het reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286, §1 en 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.