Gelet op de Grondwet, inzonderheid artikel 173;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald artikel 40 §3 en artikel 41, 14°;
Gelet op het Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, en latere wijzigingen;
Gelet op de Omzendbrief BB 2006/03 van 10 maart 2006 betreffende de toepassing van het Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten;
Gelet op de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Gelet op het vigerende retributiereglement inzake de begraafplaatsen, goedgekeurd op de gemeenteraad van 15 december 2025; dat de gemeenteraad van de gemeente Rijkevorsel beslist om het retributiereglement inzake de begraafplaatsen goed te keuren voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031;
Overwegende dat de gemeente Rijkevorsel deze retributie heft als bijdrage in de kost van de inrichting en het onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen en de administratieve opvolging ervan; dat deze kosten moeten verhaald worden op de aanvrager van bepaalde prestaties en diensten met betrekking tot de begraafplaatsen; dat het vigerende retributiereglement inzake de begraafplaatsen echter geen rekening houdt met de werkelijke kosten van de aankoop van het materiaal; dat er zich hierdoor een aanpassing opdringt;
Overwegende dat het overeenkomstig de Omzendbrief KB/ABB van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit geoorloofd lijkt om een gedifferentieerd tarief voor de belasting op opgravingen te voorzien naargelang het gaat om de opgraving van kisten of de verplaatsing en de opgraving van asurnen; dat de arbeidsintensiteit en de hygiënische omstandigheden in deze gevallen immers zeer kunnen verschillen;
Gelet op de bespreking;
Art. 1.- Vanaf 2 juni 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op prestaties en diensten met betrekking tot de begraafplaatsen.
Art. 2.- De retributie is verschuldigd door de nabestaanden, de concessiehouder of door degene die de erfenis afhandelt. Voor de opgraving van een overledene is de retributie verschuldigd door de aanvrager.
Art. 3.- §1. De retributie wordt vastgesteld als volgt:
1° Columbariumnis: € 500;
2° Urnenveld: € 165;
3° Ontgraving van een overledene uit de aarde: € 1 000;
4° Ontgraving van een overledene (urnenveld/columbarium): € 500;
5° Begraven of inzetten van een kist of urn in geconcedeerd graf/urnenveld/columbarium voor 50 jaar: € 250;
6° Begraven of inzetten van een kist of urn in geconcedeerd graf/urnenveld/columbarium voor 20 jaar: € 150;
7° Begraven of inzetten van een kist of urn in geconcedeerd graf/urnenveld/columbarium voor 10 jaar: € 100;
8° Begraven van een urne op de natuurbegraafplaats: € 50;
9° Naamplaatje: € 10.
§2. De in art.3, §1 vermelde tarieven gelden voor personen ingeschreven in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van Rijkevorsel alsmede van de personen die hiermee gelijkgesteld worden; Voor andere overledenen worden de in art. 3, §1, 5°-8° vermelde tarieven vervijfvoudigd.
Art. 4.- Voor overleden kinderen tot en met 12 jaar en levenloos geboren kinderen waarvan minstens één ouder ingeschreven is in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van Rijkevorsel alsmede voor de personen die hiermee gelijkgesteld worden, geldt een vrijstelling van de in art. 3, §1, 5°-8° vermelde tarieven.
Art. 5.- De retributie wordt geïnd bij wijze van factuur.
Bij gebrek aan betaling zal het verschuldigde bedrag worden ingevorderd op basis van artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 dat in de mogelijkheid voorziet om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de inning van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen. Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen.
Art. 6.- De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Het reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 §1 en 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.