Gelet op het decreet lokaal bestuur;
Gelet op het decreet van 9 februari 2024 tot wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, het decreet van 12 juli 2013 houdende toekenning van subsidies voor gebouwen van de eredienst, gebouwen voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en crematoria en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (B.S. 5/3/2024);
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 20 september 2024 tot wijziging van de regelgeving over begraafplaatsen, lijkbezorging en crematoria;
Gelet op de omzendbrief KBB/ABB2024/X van 20 september 2024 over de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten;
Gelet op het uniform politiereglement van de gemeente Rijkevorsel;
Gelet op de bespreking;
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1. De gemeentelijke begraafplaatsen
De gemeente Rijkevorsel beschikt over 2 begraafplaatsen:
De gemeentelijke begraafplaatsen zijn bestemd voor volgende vormen van begraven:
Uitsluitend de hiervoor aangestelde medewerker van de gemeente is ertoe bevoegd:
De niet-geconcedeerde percelen op de gemeentelijke begraafplaatsen zijn bestemd voor het begraven van het stoffelijke overschot of het bewaren of uitstrooien van de as van personen ingeschreven in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van Rijkevorsel alsmede voor de personen die hiermee gelijkgesteld worden, volgens de tarieven opgenomen in het lokaal retributiereglement betreffende de begraafplaatsen:
De geconcedeerde percelen op de gemeentelijke begraafplaatsen zijn bestemd voor het begraven van het stoffelijke overschot of het bewaren van de as van alle overledenen volgens de tarieven opgenomen in het lokaal retributiereglement betreffende de begraafplaatsen.
Artikel 2. Niet-geconcedeerde percelen
Artikel 2.1 Niet-geconcedeerde begraving
Een niet-geconcedeerd graf wordt 30 jaar bewaard, vanaf de datum van begraving.
Het is verboden meer dan 1 stoffelijk overschot of meer dan 1 asurne in een graf te begraven of in een nis bij te zetten. (behoudens de bijbegraving van een asurne met de as van de reeds eerder overleden partner, bij toepassing van artikel 24 §2 van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals tot op heden gewijzigd).
Voor de niet-geconcedeerde begravingen is een omzetting van een niet-geconcedeerde begraving naar een begraving in een concessie enkel toegelaten mits ontgraving. (geldt voor iedereen, niet alleen toepassing van artikel 24 §2 van het decreet). De bepalingen van artikel 16 van het onderhavig reglement, alsook de bepalingen van artikel 3 van het retributiereglement zijn van toepassing.
Artikel 2.2 Ontruiming niet-geconcedeerde percelen
Wanneer niet-geconcedeerde gronden moeten worden ontruimd, zal een afschrift van de beslissing tot ontruiming gedurende 1 jaar voor het vervallen van de begravingstermijn bekendgemaakt worden:
Vanaf de bekendmaking van de ontruiming beschikken de nabestaanden over een termijn van 6 maanden voor het einde van de procedure om de graftekens weg te nemen.
Na die termijn worden zij van ambtswege verwijderd, en worden ze eigendom van het lokaal bestuur. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze materialen.
Artikel 2.3 Thuisbewaring
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van een asurne uit een niet-geconcedeerd perceel of nis, bij toepassing van artikel 24 en 24 bis, van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals tot op heden gewijzigd, moet schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en de bloedverwanten eerste graad.
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan ingediend worden tot zolang de procedure van ontruiming van de niet-geconcedeerde graven loopt.
De plaats van bewaring of verstrooiing wordt in de aanvraag aangeduid.
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan slechts éénmaal worden ingediend.
De modaliteiten betreffende de ontgraving opgenomen in artikel 16 van het onderhavig reglement, opgenomen in het lokaal politiereglement, zijn van toepassing.
Wanneer de thuisbewaring ophoudt, kan de as van de overledene uitgestrooid worden op de strooiweide van de gemeentelijke begraafplaats of kan de asurne terug bijgezet of begraven worden in een concessie op de gemeentelijke begraafplaats.
Artikel 3. Geconcedeerde percelen
Artikel 3.1 Concessie
Zolang de omvang van de begraafplaatsen dit mogelijk maakt, worden concessies verleend voor het begraven van stoffelijke overschotten en voor het begraven of bijzetten van urnen, volgens de tarieven opgenomen in het lokaal retributiereglement betreffende de begraafplaatsen. De tarieven worden op het ogenblik van de aanvraag onmiddellijk betaald.
Er kunnen geen concessies verleend worden vooraleer een overlijden heeft plaatsgehad.
Artikel 3.2 Machtigingen
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de concessies te verlenen conform de modaliteiten van het huishoudelijk reglement en de tarieven voorzien in het retributiereglement betreffende de lokale begraafplaatsen, dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld.
Het college van burgemeester en schepenen wordt tevens gemachtigd om de concessies te beëindigen bij toepassing van een procedure van verwaarlozing van grafmonumenten en naar aanleiding van de voortijdige beëindiging van de concessies.
De concessie wordt schriftelijk aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen. De aanvraag vermeldt de identiteit van de aanvrager(s), van de concessiehouder en van de begunstigde(n).
Artikel 3.3 Toewijzing
Indien het technisch mogelijk is, worden, de concessies verleend voor maximum 3 personen.
De concessies kunnen verleend worden voor :
In afwijking van hetgeen bepaald is in vorig lid, kan een dubbele concessie, afgeleverd naar aanleiding van een gelijktijdig overlijden, en benut op aanvraag, een derde concessie worden voorgehouden voor:
Bij overlijden van een persoon tot en met 12 jaar of de geboorte van een levenloos kindje waarvan de moeder bevallen is na een zwangerschapsduur van 180 dagen, wordt er door het college van burgemeester en schepenen steeds ambtshalve een concessie voor 50 jaar toegekend.
De concessies worden op het ogenblik van het eerste overlijden nominatief toegewezen. De nominatief toegekende concessies kunnen enkel door de concessiehouder schriftelijk gewijzigd worden. De wijzigingen kunnen slechts gedaan worden ten aanzien van het aantal voorbehouden plaatsen.
Artikel 3.4 Aanvraag, hernieuwen en bijbegraven
Aanvraag van de concessies.
Hernieuwing van de concessie, naar aanleiding van een bijbegraving.
Hernieuwing van de concessie zonder bijbegraving.
Artikel 3.5 Retroactieve thuisbewaring uit concessie
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van een asurne uit een concessie in het columbarium of het urnenveld, bij toepassing van artikel 24 en 24 bis, van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals tot op heden gewijzigd, moet schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en de bloedverwanten eerste graad.
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan ingediend worden zolang de termijn van de concessie loopt of tot zolang de procedure van de hernieuwing van de concessie loopt.
De plaats van bewaring of verstrooiing wordt in de aanvraag aangeduid.
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan slechts éénmaal worden ingediend.
De modaliteiten betreffende de ontgraving, opgenomen in artikel 16 van het onderhavig reglement en in het gemeentelijk retributiereglement zijn van toepassing.
De geconcedeerde nis of perceel wordt gedurende een termijn van 2 jaar bewaard.
De bewaringstermijn heeft geen invloed op de oorspronkelijk toegekende concessietermijn.
Wanneer de thuisbewaring na de termijn van 2 jaar ophoudt, kan de as van de overledene uitgestrooid worden op de strooiweide. De asurne kan worden begraven of bijgezet in een geconcedeerd perceel of een geconcedeerde nis van één van de gemeentelijke begraafplaatsen.
- Wanneer op het ogenblik van de aanvraag tot retroactieve thuisbewaring of tijdens de wettelijk verplichte bewaartermijn door de nabestaanden reeds gekozen wordt om de asurne niet meer terug te brengen of wanneer door de nabestaanden gekozen wordt voor een asverstrooiing op een andere plaats dan de begraafplaats, dan worden de modaliteiten van artikel 3.6 van onderhavig reglement toegepast.
- Wanneer de concessie tijdens de periode van bewaring moet hernieuwd worden, zijn de modaliteiten van artikel 3.4 van het gemeentelijk huishoudelijk reglement van toepassing. Wanneer de concessie, tijdens de periode van de bewaring, niet hernieuwd wordt, is deze vervallen.
Wanneer, na een termijn van twee jaar, de asurne niet wordt teruggebracht naar de begraafplaats, wordt de concessie ambtshalve opgeheven.
De betaalde concessieprijs kan noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.
Artikel 3.6 Beëindiging concessie
Op schriftelijk verzoek van de concessiehouder of zijn erfgenamen, of bij ontstentenis hiervan, iedere belanghebbende, kan het college van burgemeester en schepenen een concessie voortijdig beëindigen.
Bij beëindiging op verzoek, kan de betaalde concessieprijs noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.
Vooraleer het college tot beëindiging overgaat, zal de vraag tot beëindiging worden aangeplakt gedurende 6 maanden aan de ingang van de begraafplaats en aan de betrokken concessie, en wordt, indien mogelijk, de concessiehouder schriftelijk in kennis worden gesteld. Bezwaren tegen een voortijdige beëindiging moeten binnen de gestelde termijn schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 3.7 Verwaarlozing
Het onderhoud van de grafmonumenten en de percelen is ten laste van de concessiehouder.
Verwaarlozing en onderhoudsverzuim staat vast als het graf doorlopend onzindelijk door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is.
Verwaarlozing wordt vastgesteld in een akte van de burgemeester. Die akte blijft een jaar bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt. In de mate van het mogelijke zullen de familieleden worden verwittigd.
Na het verstrijken van deze termijn en bij niet herstelling worden de concessies beëindigd door het college van burgemeester en schepenen. Van ambtswege wordt overgegaan tot afbraak of tot het wegnemen van de materialen.
In geval van dringende noodzakelijkheid kan de burgemeester ambtshalve verwaarloosde gedenktekens doen wegnemen zonder verhaal of aanspraak op vergoeding. De dringende noodzaak zal worden vastgesteld in een akte, opgemaakt door de burgemeester, die wordt aangeplakt aan het graf en aan de ingang van de begraafplaats, en zal verstuurd worden aan de concessiehouder of zijn of haar gekende nabestaande of belanghebbende.
Artikel 3.8 Terugneming
In geval van terugneming van een perceel wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheden, kunnen de concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding.
Zij hebben slechts het recht op het kosteloos bekomen van een perceel of een nis van dezelfde afmetingen op een ander deel van de begraafplaats of een andere gemeentelijke begraafplaats, tot het einde van de reeds toegekende concessietermijn
Artikel 3.9 Eeuwigdurende concessies
De voorafgaande beschikkingen omtrent de duur van de concessies doen geen afbreuk aan het recht op kosteloze hernieuwing van de vroeger verleende eeuwigdurende concessies, zoals voorzien in de wet van 20 juli 1971.
Hoofdstuk II. Begraafplaatsen
Deel I: Organisatie van de begraafplaats
Artikel 4. Toegankelijkheid
Alle begraafplaatsen zijn permanent voor het publiek toegankelijk.
Artikel 5. Begrafenis
Uitgezonderd op zondagen, wettelijke feestdagen en de data door het college van burgemeester en schepenen bepaald , kan er alle dagen een begrafenis plaatsvinden tussen 8.00 uur en uiterlijk 15.00 uur.
Deel II: Percelen en grafmonumenten
De begravingen of bijzettingen worden uitgevoerd in volgorde door de gemeente bepaald.
Artikel 6. Percelen voor begravingen van stoffelijke overschotten
Grondgraven bestemd voor de begraving van één persoon hebben een éénvormige oppervlakte van 2,20m lengte x 1,20m breedte en 1,50m diepte.
Grondgraven bestemd voor de begraving van twee personen hebben een eenvormige oppervlakte van 2,20m lengte x 1,20m breedte en 2,10m diepte. De eerste begraving voor de grondgraven van twee personen zal gebeuren op een diepte van 2,10m. De tweede begraving gebeurt op een diepte van 1,50m.
De aanleg van nieuwe grafkelders wordt niet toegestaan.
Artikel 7. Grafmonumenten voor de begravingen van stoffelijke overschotten
Op de percelen bestemd voor het begraven van stoffelijke resten van personen boven de 12 jaar:
Op de percelen bestemd voor het begraven van stoffelijke resten van personen tot en met 12 jaar:
Artikel 8. Plaatsing van de graftekens
Voor de plaatsing van een grafteken is steeds een goedkeuring van de gemeente nodig.
Minimum 1 maand voor de effectieve plaatsing van het grafteken moet een technische fiche worden ingediend bij de gemeente met aanduiding van de afmetingen, de aard van de materialen en de opschriften gevoegd.
Artikel 9. Asvormen
9.1 Columbarium
Er worden niet meer dan drie urnen van maximum 18 cm diameter en 35 cm hoogte toegestaan per nis in het columbarium. Het gebruik van een urn met afwijkende maten is toegestaan, indien er plaats is in de nis. Mocht later blijken dat er hierdoor onvoldoende ruimte is voor een tweede en/of derde urn, dan dient deze urn te worden aangepast op kosten van de nabestaanden.
Na het inzetten van de urn wordt de nis door een medewerker van de gemeente afgesloten met een tijdelijke naamplaat. De definitieve naamplaat in donkere natuursteen wordt ter gravering aan de nabestaanden overhandigd tegen een vergoeding bepaald in het gemeentelijk retributiereglement betreffende de begraafplaatsen. De definitieve naamplaat mag enkel op de nis worden bevestigd door een medewerker van de gemeente. In het geval van een bijzetting in dezelfde nis wordt deze nis geopend en gesloten door een medewerker van de gemeente.
Op de nissen mogen eenvoudige bloemenhouders bevestigd worden die niet hinderlijk zijn voor de andere naamplaten en die binnen de afmetingen van de naamplaat blijven.
9.2 Urnenveld
De percelen om de urnen te begraven hebben een éénvormige oppervlakte van 0,50m x 0,50m. Er worden maximum drie urnen per perceel toegestaan van maximum 18 cm diameter en 35cm hoogte.
De afmetingen van de naamplaat op een urnenveld is 0,50m op 0,50m en maximaal 2 cm dikte.
9.3 Strooiweide
Aan de nabestaanden wordt een naamplaatje ter beschikking gesteld waarop zij de naam, geboorte- en overlijdensdatum van de overledene(n) kunnen aanbrengen. Dit naamplaatje wordt op de hiervoor voorziene muur bij de strooiweide aangebracht door de gemeente.
Artikel 10. Natuurbegraafplaats
Indien technisch mogelijk wordt er een natuurlijke zone voorzien voor de begraving van biologisch afbreekbare urnen.
Artikel 11. Gezelschapsdieren
De urne met as van één of meerdere al overleden gezelschapsdieren kan:
Voor de toepassing van de mogelijkheden, zoals hierboven vermeld, moet aan de volgende voorwaarden voldaan zijn:
Artikel 12. Sterretjesweide
Op de begraafplaats Centrum is een sterretjesweide met bijhorend gedenkmonument voorzien. Hier kunnen sterrenkindjes herdacht worden.
Een naamplaatje kan ter gravering door de nabestaanden bekomen worden bij de diensten van het lokaal bestuur.
Artikel 13. Centraal Gedenkmonument
Op het centrale gedenkmonument kunnen naamplaatjes bevestigd worden ter herinnering van een overledene waarvan de grafrust verstreken is.
Deel III: Onderhoud van graftekens
Artikel 14. Onderhoud
De concessiehouder dient zelf in te staan voor het behoorlijk onderhoud van de graftekens.
Bij het onderhoud mag geen gebruik gemaakt worden van chemische bestrijdingsmiddelen, bleekwater, zout of kunstmeststoffen.
Eventuele verzakkingen dienen rechtgezet te worden.
De concessiehouder kan er ook voor opteren het grafteken te laten verwijderen door het lokaal bestuur.
Bij verwaarlozing en onderhoudsverzuim van geconcedeerde graven wordt een verwaarlozingsprocedure opgestart volgens de modaliteiten van artikel 3.7 van onderhavig reglement, wat kan leiden tot beëindiging van de concessie.
Artikel 15. Ambtshalve verwijdering
In geval van dringende noodzakelijkheid kan de burgemeester ambtshalve verwaarloosde gedenktekens doen wegnemen zonder verhaal of aanspraak op vergoeding. De dringende noodzaak wordt vastgesteld in een akte, opgemaakt door de burgemeester, die wordt aangeplakt aan het graf en de ingang van de begraafplaats, en wordt aangetekend of digitaal verstuurd aan de concessiehouder.
Deel IV: Ontgraving
Artikel 16: Aanvraag ontgraving
Uitgezonderd op zaterdagen, zondagen, wettelijke feestdagen en de data door het college van burgemeester en schepenen bepaald, kan er alle dagen een ontgraving plaatsvinden tussen 8.00 uur en 12.00 uur.
Behoudens de opgravingen door de gerechtelijke overheid bevolen, kan enkel de burgemeester omwille van ernstige redenen de schriftelijke toestemming verlenen tot ontgraving.
De aanvraag tot ontgraving moet door de overlevende echtgeno(o)t(e) of feitelijke partner én alle bloedverwanten van de eerste graad schriftelijk worden gericht aan de
burgemeester.
Onverminderd het recht van de burgemeester om in de toelating bijzondere voorwaarden op te leggen, moeten steeds volgende beschikkingen worden nageleefd:
Deel V: Ordemaatregelen
Artikel 17. Activiteiten op de begraafplaats
Op de begraafplaatsen is het verboden een daad te stellen, een activiteit te organiseren of een houding aan te nemen die de openbare orde en de eerbied voor de overledenen kan storen.
Het is in het bijzonder verboden:
Er mogen enkel werken worden verricht na afspraak met de gemeente. Alle werken die als voorbereiding elders mogelijk zijn, mogen niet op de begraafplaats uitgevoerd worden. De materialen worden aangevoerd en geplaatst al naar gelang de behoeften. Na de plaatsing van de graftekens mogen geen materialen achtergelaten worden. De werken moeten binnen de kortst mogelijke termijn worden voltooid. Indien de werken niet worden beëindigd binnen de afgesproken tijdsduur, dienen het materieel en de voertuigen van de begraafplaats worden verwijderd.
Artikel 18. Graftekens, ornamenten en beplantingen
De graftekens moeten zodanig opgericht en onderhouden worden dat ze de veiligheid en doorgang niet belemmeren en dat ze geen schade aanbrengen aan de aangrenzende graftekens en graven.
Het is niet toegestaan naamplaten of andere ornamenten te plaatsen die door hun vorm, afmetingen, hun opschriften of de aard van de materialen de esthetische uniformiteit verstoren. De maximum toegelaten afmetingen van een ornament, bloemstuk of potplant is 90 cm hoog en 50 cm breed per grafperceel.
Rondom de grondpercelen mogen geen afsluitingen, omheiningen, kiezels, sierbestrating, banken of andere vaste constructies geplaatst worden.
Losse boeketten, bloemstukken, potplanten of andere ornamenten dienen steeds op de daarvoor voorziene plaats, grondplaat of verharding van het grafteken, urneveld of voor het columbarium geplaatst te worden en dus niet op het gras. Er mogen geen ornamenten geplaatst worden die de sereniteit van het kerkhof verstoren:
De potplanten en bloemstukken geplaatst naar aanleiding van Allerheiligen (1 november) dienen verwijderd te worden door de nabestaanden. Indien dit niet tijdig gebeurt, worden deze vanaf 1 december daaropvolgend door de gemeente verwijderd.
De beplantingen en de grasperken voor en tussen de percelen, voorzien en onderhouden door de gemeentelijke diensten, mogen niet beschadigd worden.
Bij vaststelling van onterecht aangebrachte potplanten of ornamenten kunnen de stukken ambtshalve verwijderd of verplaatst worden en de eventueel gemaakte kosten in rekening gebracht van de overtreder.
Artikel 19. Betreden van de strooiweide en natuurbegraafplaats
De strooiweide en natuurbegraafplaats mogen niet worden betreden, tenzij door een gemeentelijke medewerker of de begrafenisondernemer in functie van het uitstrooien, begraven of het onderhoud.
Artikel 20. Voertuigen op de begraafplaats
Volgende voertuigen worden toegelaten op de begraafplaats:
De snelheid op de begraafplaats voor alle voertuigen mag maximaal 10km/uur bedragen.
Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Artikel 21. Niet voorziene gevallen
Alle niet in dit reglement voorziene gevallen worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen in zoverre zij niet door een wet, een besluit of het decreet aan een andere overheid zijn toegewezen.
Artikel 22. Inwerkingtreding
Onderhavig reglement vervangt alle vorige reglementen en beslissingen betreffende begraafplaatsen en lijkbezorging.
Het reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en geldt tot en met 31 december 2031. Het wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 §2 en 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.