Terug
Gepubliceerd op 24/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

ma 15/12/2025 - 18:00

Belastingreglement inzake woonruimten AJ 2026-2031. Vaststelling.

Aanwezig: Jan Boeckx, Voorzitter
Dorien Cuylaerts, Burgemeester
Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bob Van den Eijnden, Lieven Van Nyen, Bert Vangenechten, Schepenen
Stefan Maes, Karl Geens, Luc Jansen, Liese Vermeiren, Wim De Visscher, Bart Van De Mierop, Danny Eelen, Johan Sysmans, Hans Van Loon, Diede Van Dun, Rudi Vervoort, Jeroen Ooms, Eric Vermeiren, Leslie Haems, Chris Peeters, Eddy Stoffelen, Raadsleden
Bart Adams, Algemeen directeur

Gelet op de Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, § 4;

Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;

Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en de geschillenprocedure van gemeente – en provinciebelastingen en haar latere wijzigingen;

Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 335;

Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;

Gelet op de Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

Gelet op de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019;

Gelet op de artikelen 1 en 3 van de Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfdocumenten en tot wijziging van de Wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;

Gelet op de artikelen 1 tot 3, 7, 16 en 17 van het Koninklijk Besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister;

Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 25 november 2019 houdende de belasting op woonruimten;

Gezien de ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 en dus noodzakelijk zijn voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente;

Overwegende dat de belasting op woonruimten, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 25 november 2019, op 31 december 2025 vervalt. Overwegende dat de belasting op woonruimten moet worden hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031;

Overwegende dat de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven de invoering van alle rendabele belastingen rechtvaardigt en vereist;

Overwegende dat een belasting budgettair noodzakelijk is met als doel de uitgaven van de gemeente in het algemeen te dekken, zowel de verplichte als de facultatieve; dat de belasting eenvoudig te controleren is; dat de heffing van de belasting op een efficiënte wijze kan geschieden met een hoge rentabiliteit, gelet op de geringe administratieve kosten verbonden aan de vestiging en de invordering; dat de belasting een bijdrage beoogt van burgers in de algemene bestuurlijke uitgaven van de gemeente, gezien het feit dat burgers op democratische wijze gebruik kunnen maken van de gemeentelijke dienstverlening en infrastructuur; dat de belasting van die aard is dat zij binnen de draagkracht ligt van elke belastingplichtige;

Overwegende dat dit belastingreglement tot doel heeft het fiscaal beleid te vereenvoudigen en te rationaliseren om een algemene en redelijke spreiding van de belastingdruk over gezinnen en bedrijven tot stand te brengen;

Overwegende dat geopteerd wordt voor een algemene grondslag waarbij gezinnen hun bijdrage ten behoeve van de gemeentelijke financiën leveren op basis van de beschikbare woonruimten op het grondgebied van de gemeente; dat derhalve wordt voorgesteld om de oppervlakte van de woonruimte in aanmerking te nemen voor de berekening; dat het immers niet onredelijk lijkt dat de oppervlakte van een woonruimte een indicatie kan zijn van de mate waarin de gemeentelijke dienstverlening wordt genoten;

Overwegende dat voor een aantal gezinnen de woonruimte en de bedrijfsruimte aan elkaar palen of ruimtelijk niet te scheiden zijn, wordt voor deze gezinnen een specifieke afwijking voorzien voor het tarief van een woonruimte;

Gelet op het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 13 oktober 2025 waarin wordt voorgesteld om de tarieven van de belasting op woonruimten te behouden;

Gelet op de bespreking;

Publieke stemming
Aanwezig: Jan Boeckx, Dorien Cuylaerts, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bob Van den Eijnden, Lieven Van Nyen, Bert Vangenechten, Stefan Maes, Karl Geens, Luc Jansen, Liese Vermeiren, Wim De Visscher, Bart Van De Mierop, Danny Eelen, Johan Sysmans, Hans Van Loon, Diede Van Dun, Rudi Vervoort, Jeroen Ooms, Eric Vermeiren, Leslie Haems, Chris Peeters, Eddy Stoffelen, Bart Adams
Voorstanders: Jan Boeckx, Dorien Cuylaerts, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bob Van den Eijnden, Lieven Van Nyen, Bert Vangenechten, Stefan Maes, Karl Geens, Luc Jansen, Liese Vermeiren, Wim De Visscher, Bart Van De Mierop, Danny Eelen, Johan Sysmans, Hans Van Loon, Diede Van Dun, Rudi Vervoort, Jeroen Ooms, Eric Vermeiren, Leslie Haems, Chris Peeters, Eddy Stoffelen
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

Art. 1.- Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten behoeve van de gemeente een belasting geheven op het gebruik van woonruimten.

Art .2.- §1. De belasting wordt gevorderd van elk gezin dat op het grondgebied van de gemeente Rijkevorsel een hoofdverblijf ter beschikking heeft op 1 januari van het aanslagjaar.

§2. Onder “gezin” wordt voor de toepassing van onderhavige belasting verstaan: hetzij een persoon die alleen leeft, hetzij twee of meer personen die, al of niet verwant, gewoonlijk in één en dezelfde woning of woongelegenheid verblijven en er samenwonen.

§3. De belasting is verschuldigd door de referentiepersoon van het gezin. Indien het om een niet-ontvoogde minderjarige gaat is de burgerlijk verantwoordelijke persoon mede voor de betaling van de belasting aansprakelijk.

§4. De echtgeno(o)te, de wettelijk samenwonende partner of de feitelijk samenwonende partner van de referentiepersoon is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

§5. De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend voor de belastingplicht. De inschrijving in het bevolkingsregister van de gemeente waar het gezin staat ingeschreven, bepaalt de toestand op 1 januari van het aanslagjaar van de hoofdverblijfplaats, de referentiepersoon en de samenstelling van het gezin.

§6. Een wijziging van de hoofdverblijfplaats, de referentiepersoon en/of de samenstelling van het gezin in de loop van het aanslagjaar, heeft geen invloed op de belastingplicht en geeft geen aanleiding tot enige belastingvermindering of teruggave.

Art. 3.- De belasting is verschuldigd voor de woongelegenheid, met inbegrip van de aanhorigheden, die als hoofdverblijf van het gezin dient en gelegen is in de gemeente.

De ruimte van de hoofdverblijfplaats wordt bepaald door de som van de grondoppervlakten dienstig voor het wonen in gebouwen en in open lucht.

De bebouwde oppervlakte wordt bepaald per bouwlaag met inbegrip van de buitenmuren, garages, kelder, zolder, bergplaatsen, tuinhuisjes en paviljoenen, koetshuizen en hokken of stallingen voor huisdieren in duurzaam materiaal.

Als beschikbare woonruimte in open lucht komen in aanmerking: de opritten, parkeerplaatsen, moes- en/of siertuinen, inbegrepen serres alsmede de ruimten aangelegd voor sport- en recreatie inclusief de waterpartijen en andere groene en/of open ruimten die in het kader van de stedenbouwkundige normering of ter bevordering van de woonfunctie van het beschouwde hoofdverblijf werden aangelegd of behouden. Deze opsomming is niet limitatief.

Art. 4.-

§1. Het bedrag van de verschuldigde belasting bedraagt:

-      Tarief A: € 40 indien het hoofdverblijf een oppervlakte heeft tot en met 2.000 m²

-      Tarief B: € 70 indien het hoofdverblijf een oppervlakte heeft van meer dan 2.000 m²

§2. In afwijking van de in artikel 4 § 1 bepaalde tarieven zullen gezinnen waarvan de woonruimte begrepen is in het kadastraal perceel dat ook de bedrijfsruimte omvat, onafgezien van de oppervlakte van de woonruimte, worden aangeslagen ten bedrage van een belasting van € 40.

Art. 5.- De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.

Art. 6.- De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Art. 7.- De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

Bezwaarschriften kunnen per post (Molenstraat 5, 2310 Rijkevorsel) of via elektronische weg per e-mail (financien@rijkevorsel.be) worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.

De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.

Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.

Art. 8.- Het belastingreglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur.

De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.

Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 25 november 2019 houdende de belasting op woonruimten en treedt in werking op 1 januari 2026.