Gelet op de Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, § 4;
Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;
Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 2, 40 § 3, 41,14°, 56, § 3, 7°, 252, 285 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 335;
Gelet op het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid – afgekort het DABM, meer bepaald Titel V;
Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009, meer bepaald Titel IV, Hoofdstuk II;
Gelet op het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, en latere wijzigingen;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, zoals gewijzigd, hierna VLAREM II;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van de handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene en sectorale milieuvoorwaarden voor GPBV-installaties, zoals gewijzigd, hierna VLAREM III;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar bijlagen;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017 tot wijziging van diverse besluiten naar aanleiding van de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;
Gelet op de Omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019;
Gelet op het belastingreglement op het afleveren van een omgevingsvergunning van 25 november 2019;
Overwegende dat de ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 en dus noodzakelijk zijn voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente;
Overwegende dat de belasting op het afleveren van een omgevingsvergunning, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 25 november 2019, op 31 december 2025 vervalt;
Overwegende dat de belasting op het afleveren van een omgevingsvergunning moet worden hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031;
Overwegende dat door het Decreet betreffende de omgevingsvergunning één enkele procedure is ingesteld wat betreft de vergunningsplicht of de meldingsplicht, voor zowel de stedenbouwkundige handelingen en de verkavelingen (bedoeld in de artikelen 4.2.1, 4.2.2 en 4.2.15 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening – VCRO) als voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste, de tweede of de derde klasse (bedoeld in artikel 5.2.1 van het Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid – DABM);
Overwegende dat het artikel 5 van het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning de projecten vermeldt die op grond van respectievelijk het Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), ofwel vergunningsplichtig ofwel meldingsplichtig zijn;
Overwegende dat het gerechtvaardigd voorkomt om in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage te vragen voor de gemeentelijke inzet van middelen bij de behandeling van vergunningsaanvragen en meldingen in het kader van het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
Overwegende dat het behandelen van aanvragen in het kader van het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning een aanzienlijke inzet vergt van de gemeentelijke middelen en het billijk is deze inzet door te rekenen aan degene op wiens initiatief en in wiens voordeel de vergunningsprocedures worden doorlopen;
Overwegende dat wordt voorgesteld om de stedenbouwkundige handelingen en het verkavelen van gronden te onderscheiden van de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten, zoals bepaald in de indelingslijst behorend tot VLAREM II; dat het tevens wenselijk is om tariefdifferentiatie te voorzien omwille van de substantiële verschillen wat betreft de administratieve last die veroorzaakt wordt door bepaalde procedurestappen;
Overwegende dat het verantwoord is om de door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal wonen en de door haar erkende sociale huisvestingsmaatschappijen vrij te stellen voor aanvragen in verband met sociale woningen, omdat deze een sociale opdracht vervullen waarbij winstbejag niet hun doelstelling is;
Overwegende dat de ontvangsten onontbeerlijk zijn voor de continuïteit van de algemene werking van de gemeente Rijkevorsel. Overwegende dat de financiële toestand van de gemeente dus het heffen van deze belasting vereist;
Gelet op de bespreking;
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de aanvragen en meldingen bedoeld in het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Artikel 2
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de aanvraag of de melding indient.
Artikel 3
Voor de meldingen en vergunningsaanvragen bij de gemeente wordt de belasting vastgesteld als volgt:
- voor de omgevingsvergunningsaanvraag voor stedenbouwkundige handelingen voor woongelegenheden, waarbij een woongelegenheid een eenheid is waarbinnen één gezin woont en een zorgwoning in een aparte constructie, tevens beschouwd wordt als een aparte woongelegenheid:
- Voor de omgevingsvergunningsaanvraag voor stedenbouwkundige handelingen voor niet-woongelegenheden met residentieel gebruik, waarbij dit betreffen alle niet-vrijgestelde constructies die niet bestemd zijn voor bewoning (garages, zwembaden, tuinbergingen, terrassen, …):
- Voor de omgevingsvergunningsaanvraag voor stedenbouwkundige handelingen voor niet-woongelegenheden zonder residentieel gebruik, waarbij dit betreffen alle niet-vrijgestelde constructies die niet bestemd zijn voor bewoning (loodsen, stallen, KMO-units, …):
- voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden met wegenis:
- voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden zonder wegenis:
- voor de aanvraag tot het bijstellen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, waarbij met het aantal kavels bedoeld wordt het aantal kavels in de toestand na wijziging van de verkaveling (bvb. 2 kavels herverdelen in 3 kavels = 3 kavels):
- voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteiten, kleinhandelsactiviteiten of het wijzigen van kleine landschapselementen of voor het wijzigen van vegetatie:
Bij aanvragen die tegelijk slaan op stedenbouwkundige handelingen en ingedeelde inrichtingen of activiteiten worden de van toepassing zijnde tarieven samengeteld.
De kosten voor het inrichten van een openbaar onderzoek worden vastgesteld als volgt:
Artikel 4
Zijn van de belasting vrijgesteld:
- De aanvragen en meldingen door de gemeente Rijkevorsel, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Rijkevorsel, politiezone Noorderkempen, hulpverleningszone Taxandria, een ander intergemeentelijk samenwerkingsverband waarvan de gemeente Rijkevorsel deel uitmaakt;
- De aanvragen in verband met sociale woningen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de door haar erkende sociale huisvestingsmaatschappijen.
Artikel 5
De belastingen bedoeld in artikel 3 moeten bij de afgifte van de aanvraag of de melding zonder uitstel worden betaald, tegen afgifte van een betalingsbewijs. Wanneer de contante inning niet zonder uitstel kan worden uitgevoerd, dan wordt de belasting een kohierbelasting.
Artikel 6
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post (Molenstraat 5, 2310 Rijkevorsel) of via elektronische weg per e-mail (financien@rijkevorsel.be) worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 7
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 Decreet Lokaal Bestuur.
De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 25 november 2019 betreffende de belasting op het afleveren van een omgevingsvergunning en treedt in werking op 1 januari 2026.