Gelet op de Grondwet, inzonderheid artikel 173;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit d.d. 16 december 2019 houdende de vaststelling van het retributiereglement inzake occasionele activiteiten;
Gelet op het besluit van de OCMW-raad d.d. 25 maart 2024 houdende de vaststelling van het reglement betreffende occasionele activiteiten georganiseerd vanuit het Lokaal Dienstencentrum;
Overwegende dat één gezamenlijk retributiereglement inzake occasionele activiteiten aangewezen is;
Overwegende dat de raden overeenkomstig artikel 40, §3 en artikel 77, §3 van het Decreet Lokaal Bestuur de reglementen vaststellen;
Overwegende dat overeenkomstig artikel 41, tweede lid, 14°en artikel 78, tweede lid, 17°/1 van het Decreet Lokaal Bestuur de bevoegdheid inzake het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, niet aan het college van burgemeester en schepenen respectievelijk het vast bureau kan worden toevertrouwd;
Overwegende dat het billijk lijkt om een retributie te vestigen op occasionele activiteiten met een eenmalig karakter die worden georganiseerd door het lokaal bestuur; dat het bijvoorbeeld (niet-limitatief) gaat over inkom- en inschrijvingsgeld voor activiteiten, het aankopen van gadgets of andere producten die occasioneel worden aangeboden;
Gelet op de bespreking;
Gelet op de stemming over het agendapunt, hetwelk met 21 ja-stemmen en 2 neen-stemmen wordt aangenomen (ja-stemmen: Jan Boeckx, Dorien Cuylaerts, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bob Van den Eijnden, Lieven Van Nyen, Bert Vangenechten, Stefan Maes, Karl Geens, Luc Jansen, Liese Vermeiren, Wim De Visscher, Bart Van De Mierop, Danny Eelen, Johan Sysmans, Hans Van Loon, Diede Van Dun, Rudi Vervoort, Leslie Haems, Chris Peeters, Eddy Stoffelen; neen-stemmen: Jeroen Ooms, Eric Vermeiren);
Art. 1.- Vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op occasionele activiteiten met een eenmalig karakter die worden
georganiseerd door het lokaal bestuur.
Art. 2.- De retributie is verschuldigd door degene die verzoekt om deel te nemen aan de occasionele activiteiten.
Art. 3.- De tarieven en de wijze van inning worden vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau per occasionele activiteit.
Art. 4.- De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Het reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 §1 en 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.