Terug
Gepubliceerd op 28/03/2023

Besluit  Gemeenteraad

ma 27/03/2023 - 20:00

Reglement bronbemalingen. Goedkeuring.

Aanwezig: Lieven Van Nyen, Voorzitter
Dorien Cuylaerts, Burgemeester
Bob Van den Eijnden, Karl Geens, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bert Vangenechten, Schepenen
Jack Jacobs, Wim De Visscher, Stefan Maes, Diede Van Dun, Bart Van De Mierop, Zoë Wouters, Danny Eelen, Lut Backx, Kevin Druyts, Jurgen Van Leuven, Aline Maes, Sabine Fransen, Jeroen Ooms, Karel Godet, Raadsleden
Bart Adams, Algemeen directeur

Gelet op het Decreet lokaal bestuur;
Gelet op bijgevoegd ontwerp 'Reglement bronbemalingen' met bijhorende flowchart;
Overwegende dat Vlaanderen de afgelopen jaren kampt met periodes van erge droogte waarbij maatregelen dienen opgelegd te worden om overmatig gebruik van water tegen te gaan;
Overwegende dat sommige bouwwerven wekenlang het grondwater oppompen door middel van tijdelijke bronbemalingen om het vervolgens zomaar in de riolering of, in het beste geval een gracht of waterloop, te lozen;
Overwegende dat in tijden van droogte, waar aan iedereen gevraagd wordt om spaarzaam om te springen met water en waar men geconfronteerd wordt met periodes met een algemeen oppomp- en/of sproeiverbod, dit een aanzienlijke bron van waterverspilling is;
Overwegende dat een reglement inzake bronbemalingen nodig is om zulke bronnen van waterverspilling tijdens deze droogteperiodes tegen te gaan;
Gelet op het voorstel van het college van burgemeester en schepenen d.d. 13 maart 2023;
Gelet op de bespreking;

Publieke stemming
Aanwezig: Lieven Van Nyen, Dorien Cuylaerts, Bob Van den Eijnden, Karl Geens, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bert Vangenechten, Jack Jacobs, Wim De Visscher, Stefan Maes, Diede Van Dun, Bart Van De Mierop, Zoë Wouters, Danny Eelen, Lut Backx, Kevin Druyts, Jurgen Van Leuven, Aline Maes, Sabine Fransen, Jeroen Ooms, Karel Godet, Bart Adams
Voorstanders: Lieven Van Nyen, Dorien Cuylaerts, Bob Van den Eijnden, Karl Geens, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bert Vangenechten, Jack Jacobs, Wim De Visscher, Stefan Maes, Diede Van Dun, Bart Van De Mierop, Zoë Wouters, Danny Eelen, Lut Backx, Kevin Druyts, Jurgen Van Leuven, Aline Maes, Sabine Fransen, Jeroen Ooms, Karel Godet
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

Art.1.- Voor bronbemalingen uitgevoerd in de periode vanaf april tot en met september (de meest voorkomende droogteperiodes) worden bij vergunningen of aktenames hierna volgende maatregelen opgelegd.

Art.2.- Het water moet buiten de onttrekkingszone opnieuw geïnfiltreerd worden via een retourbemaling in de directe omgeving op het private domein. Hiervan kan slechts afgeweken worden mits grondige motivatie. Het college behoudt zich het recht voor om dit alsnog op te leggen indien zij van oordeel zijn dat de motivering onvoldoende is.

Art.3.- Wanneer geen retourbemaling mogelijk is, wordt een sonde-gestuurde bemaling toegepast. Dit moet ervoor zorgen dat de bemaling afslaat wanneer de grondwaterstand voldoende verlaagd is en weer aanslaat wanneer de grondwaterstand opnieuw te hoog dreigt te worden. Op deze manier kan het opgepompte volume beperkt worden.

Art. 4.- Voor nieuwe bemalingsaanvragen vanaf 5000m³/jaar dient rubriek 53.8 van VLAREM toegevoegd te worden aan de vergunningsaanvraag, indien een retourbemaling niet mogelijk is. Dit maakt het mogelijk om bemalingswater vanaf dit debiet te hergebruiken. Deze rubriek wordt ambtshalve toegevoegd als dit niet wordt aangevraagd. Zowel huishoudens, niet-huishoudens als gemeentelijke diensten kunnen het bemalingswater hergebruiken.

Bij deze rubriek wordt dan volgende bijzondere voorwaarden toegevoegd:

  • Gedurende deze droogteperiode dient voorafgaande aan de lozing van het bemalingswater een buffervat van minimaal 10000 liter voorzien te worden met overloop naar het lozingspunt.
  • Het lozingspunt is bij voorkeur een open gracht of regenwaterafvoer en geen gemengde riolering of droogweerafvoer.
  • Op het buffervat dient een aftapkraantje voorzien te worden dat hergebruik eenvoudig en kosteloos mogelijk maakt. Daarnaast moet het ook mogelijk gemaakt worden voor landbouwers en gemeentelijke diensten om hier water uit op te pompen.
  • Het buffervat dient te worden geplaatst op privaat domein, grenzend aan of bereikbaar vanaf de openbare weg, waarbij de veiligheid van gebruikers van het water gegarandeerd is.
  • Op het buffervat dient duidelijk, in waterbestendig materiaal, aangegeven te worden dat het water niet geschikt is voor menselijke consumptie en dat elk gebruik op eigen risico is.
  • De exploitant afficheert de beschikbaarheid van water op een duidelijke manier, zichtbaar vanop de openbare weg van zodra er water ter beschikking is.

Art. 5.- De installatie dient uiterlijk te gebeuren op de eerste werkdag na de start van de bemaling. De exploitant stuurt uiterlijk de dag na de installatie foto’s van de opstelling waaruit de nakoming van bovenstaande voorwaarden blijkt naar de dienst duurzaamheid op duurzaamheid@rijkevorsel.be

Art. 6.- Het buffervat kan uitzonderlijk op openbaar domein geplaatst worden indien plaatsing op privaat terrein niet mogelijk is. In dit geval wordt er een vrijstelling verleend van de retributie op de inname van het openbaar domein, maar dient er minstents twee weken op voorhand een signalisatievergunning aangevraagd te worden.

Art.7.-  De bemalingsinstallatie moet steeds zijn uitgerust met een debietmeter. De aanvrager dient de begin- en eindmeterstanden op het einde van de bemaling via mail (duurzaamheid@rijkevorsel.be) te melden, zodat een betere opvolging en handhaving mogelijk wordt.

Art. 8.- Door het industriële karakter van Vlaanderen zijn op verschillende plaatsen bodemverontreinigingen ontstaan. Deze kunnen ook een verontreiniging van het grondwater tot gevolg hebben. Om gezondheidsredenen en risico’s op verspreiding van eventuele verontreiniging tegen te gaan, mag bemalingswater van- of in de buurt van zo’n risicogronden niet hergebruikt worden en dient er overgegaan te worden op lozing. Met behulp van het bodemattest, meegeleverd bij verkoop van het perceel, kan er gecontroleerd worden of de desbetreffende grond een risicogrond is. Bij een blanco bodemattest dient het bemalingswater via staalname geanalyseerd en getoetst te worden aan zowel het Vlarebo als de indelingscriteria voor het lozen van afvalwater met of zonder gevaarlijke stoffen. De analyseresultaten moeten afgewacht worden voordat het water ter beschikking wordt gesteld of wordt geloosd.

Art. 9.- De lozing van bemalingswater moet voldoen aan de VLAREM wetgeving. Het college van burgemeester en schepenen kan opleggen en toestemming verlenen dat het traject van de lozing via openbaar domein wordt uitgevoerd als dat lozing in grachten, waterlopen of gescheiden afvoer zou mogelijk maken zonder dat daarvoor enige belasting of retributie voor het gebruik van dit openbaar domein verschuldigd zal zijn. In dit geval dient de toegankelijkheid van het fiets- en voetpad steeds gewaarborgd te blijven doormiddel van een overrijdbare slangenbrug over de afvoerdarm. Het kruisen van de openbare rijweg met een overrijdbare slangenbrug is echter niet toegelaten. Als alternatief kan er met een constructie overheen de openbare weg met een minimale hoogte van 4.5m gewerkt worden.

Indien het bemalingswater afkomstig is van een risicogrond en verontreinigd is, worden er via de vergunning bijkomende lozingsvoorwaarden opgelegd (Vlarem II deel 4 artikel 4.2.3.1.). Bij het bepalen van de lozingsvoorwaarden wordt rekening gehouden met de aard en aanwezigheid van de verontreiniging, de mogelijke verwijderingstechnieken en de impact op oppervlaktewater en/of RWZI.

Art. 10.- De bemaling moet worden stopgezet zodra de ondergrondse constructie geplaatst is, en er geen opdrijfrisico voor de constructie meer is.

Art. 11.- Zoals vermeld onder art. 4 dient op het buffervat duidelijk gemaakt te worden dat het hergebruik van bemalingswater op eigen risico is. De gemeente kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade die voortkomt uit het gebruik van bemalingswater.

Art.12.- Onderhavig reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286, §2 en 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.

Art.13.- De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.