Terug
Gepubliceerd op 05/03/2024

Besluit  Gemeenteraad

ma 26/02/2024 - 20:00

Reglement bronbemaling. Aanpassing. Goedkeuring.

Aanwezig: Lieven Van Nyen, Voorzitter
Dorien Cuylaerts, Burgemeester
Bob Van den Eijnden, Karl Geens, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bert Vangenechten, Schepenen
Wim De Visscher, Stefan Maes, Diede Van Dun, Bart Van De Mierop, Zoë Wouters, Danny Eelen, Lut Backx, Kevin Druyts, Jurgen Van Leuven, Aline Maes, Sabine Fransen, Jeroen Ooms, Karel Godet, Jef Martens, Raadsleden
Nina De Vrij, Algemeen directeur wnd.
Verontschuldigd: Bart Adams, Algemeen directeur

Gelet op het Decreet lokaal bestuur;
Overwegende dat Vlaanderen de afgelopen jaren kampt met periodes van erge droogte waarbij maatregelen dienen opgelegd te worden om overmatig gebruik van water tegen te gaan;
Overwegende dat sommige bouwwerven wekenlang het grondwater oppompen door middel van tijdelijke bronbemalingen om het vervolgens zomaar in de riolering of, in het beste geval een gracht of waterloop, te lozen;
Overwegende dat in tijden van droogte, waar aan iedereen gevraagd wordt om spaarzaam om te springen met water en waar men geconfronteerd wordt met periodes met een algemeen oppomp- en/of sproeiverbod, dit een aanzienlijke bron van waterverspilling is;
Overwegende dat een reglement inzake bronbemalingen nodig is om zulke bronnen van waterverspilling tijdens deze droogteperiodes tegen te gaan;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad d.d. 27 maart 2023;
Gelet op het aanpassingsvoorstel van het college van burgemeester en schepenen d.d. 29 januari 2024;
Gelet op het origineel en aangepast ontwerp 'Reglement bronbemalingen' met bijhorende flowchart in bijlage;
Overwegende dat de aanpassingen in het geel zijn gemarkeerd;
Gelet op de bespreking;

Publieke stemming
Aanwezig: Lieven Van Nyen, Dorien Cuylaerts, Bob Van den Eijnden, Karl Geens, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bert Vangenechten, Wim De Visscher, Stefan Maes, Diede Van Dun, Bart Van De Mierop, Zoë Wouters, Danny Eelen, Lut Backx, Kevin Druyts, Jurgen Van Leuven, Aline Maes, Sabine Fransen, Jeroen Ooms, Karel Godet, Jef Martens, Nina De Vrij
Voorstanders: Lieven Van Nyen, Dorien Cuylaerts, Bob Van den Eijnden, Karl Geens, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bert Vangenechten, Wim De Visscher, Stefan Maes, Diede Van Dun, Bart Van De Mierop, Zoë Wouters, Danny Eelen, Lut Backx, Kevin Druyts, Jurgen Van Leuven, Aline Maes, Sabine Fransen, Jeroen Ooms, Karel Godet, Jef Martens
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

Art. 1.- In dit reglement wordt verstaan onder:

  • Ballast: Een last die gebruikt kan worden ter verzwaring van de gebouwde constructie.
  • Bodemattest: Het attest met alle informatie over de bodemtoestand van een perceel.
  • Bronbemaling: Het proces waarbij grondwater wordt opgepompt om tijdelijk de grondwatertafel van een perceel te verlagen.
  • Buffervat: Een opslagcontainer voor bronbemalingswater met hergebruik als bestemming.
  • Dagdebiet: Het dagelijks opgepompte volume water in m³ per dag.
  • Droogweerafvoer (DWA): De inhoud van een riolering bij droog weer. In tegenstelling tot de regenweerafvoer (RWA) is DWA sterk geconcentreerd afvalwater.
  • Gemengde riolering: Riolering dat gecombineerd afval- en regenwater in één buis afvoert.
  • Infiltratie: Het insijpelen van water in de bodem.
  • Ladder van Lansink: Stappenplan met te nemen maatregelen met betrekking tot bronbemalingen.
  • Lozingsdebiet: Het geloosde volume regen- en/of afvalwater in m³ per tijdseenheid.
  • Onttrekkingszone: De zone waarin grondwater uit de bodem wordt opgepompt.
  • Opdrijfrisico: Het risico dat een constructie bij een te laag gewicht door de opwaartse kracht van het grondwater opdrijft.
  • Regenweerafvoer: Een afvoer dat specifiek regenwater naar een waterloop leidt.
  • RWZI: Rioolwaterzuiveringsinstallatie
  • Vlarebo: Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering

Art. 2.- Een vergunningsaanvraag of melding moet steeds de geschatte start- en einddatum van de bronbemaling bevatten om een betere opvolging en handhaving mogelijk te maken.
Art. 3.- Bijkomend worden voor alle bronbemalingen uitgevoerd in de periode vanaf april tot en met september (de meest voorkomende droogteperiodes) bij vergunningen of aktenames de hieronder opgesomde maatregelen opgelegd. Deze maatregelen volgen de principes beschreven in de ladder van Lansink en dienen dus ook als volgt toegepast te worden. Indien noodzakelijk is het gecombineerd toepassen van onderstaande maatregelen ook een mogelijkheid.
Art. 4.- In eerste instantie dient de hoeveelheid opgepompt water altijd beperkt te worden. Dit is enerzijds mogelijk door de duur van de bronbemaling te beperken en anderzijds door het uitvoeren van een sonde-gestuurde bemaling.
De duur van de bronbemaling kan beperkt worden door:

  • de bronbemaling te starten aan een hoger dagdebiet waardoor de vereiste verlaging sneller bereikt wordt;
  • permanent te evalueren of de bemaling nog vereist is, ook als de werf stilligt (verlof,…);
  • indien mogelijk extra ballast aan te brengen op de constructie als deze waterdicht is, maar nog niet voldoende zwaar om de opwaartse kracht van het grondwater te compenseren.

Een sonde-gestuurde bemaling moet ervoor zorgen dat de bemaling afslaat wanneer de grondwaterstand voldoende verlaagd is en weer aanslaat wanneer de grondwaterstand opnieuw te hoog dreigt te worden.
Art. 5.- Het opgepompte water moet buiten de onttrekkingszone opnieuw geïnfiltreerd worden via een retourbemaling in de directe omgeving op het private domein. Hiervan kan slechts afgeweken worden mits grondige motivatie. Het college behoudt zich het recht voor om dit alsnog op te leggen indien zij van oordeel zijn dat de motivering onvoldoende is.
Art. 6.- Het gedeelte van het opgepompte water dat via retourbemaling niet opnieuw in de grond wordt gebracht, kan nuttig hergebruikt worden. Voor hergebruikvolumes vanaf 5000m³/jaar dient een vergunning voor rubriek 53.8 van VLAREM aangevraagd te worden. Dit maakt het mogelijk om bemalingswater ook vanaf dit debiet te hergebruiken. Indien een vergunning noodzakelijk blijkt voor hergebruik maar dit niet is aangevraagd, zal er geval per geval geëvalueerd worden welke stappen te ondernemen zijn om hergebruik toch toe te passen. Zowel huishoudens, niet-huishoudens als gemeentelijke diensten kunnen het bemalingswater hergebruiken. Er wordt echter aangeraden om het opgepompt bemalingswater niet te gebruiken voor sanitaire toepassingen en dus het aanvullen van de regenwaterput.
Bij deze rubriek worden dan volgende bijzondere voorwaarden toegevoegd:

  • Gedurende deze droogteperiode dient voorafgaande aan de lozing van het bemalingswater een buffervat van minimaal 10000 liter voorzien te worden met een overloop naar het lozingspunt.
  • Het lozingspunt is bij voorkeur een open gracht of regenwaterafvoer en geen gemengde riolering of droogweerafvoer.
  • Op het buffervat dient een aftapkraantje voorzien te worden dat hergebruik eenvoudig en kosteloos mogelijk maakt. Het aftapkraantje moet voorzien worden van een debietmeter om opvolging van de hergebruikte hoeveelheid water mogelijk te maken.
  • Ook landbouwers en gemeentelijke diensten moeten water uit het buffervat kunnen oppompen.
  • Het buffervat dient te worden geplaatst op privaat domein, grenzend aan of bereikbaar vanaf de openbare weg, waarbij de veiligheid van gebruikers van het water gegarandeerd is.
  • Op het buffervat moet duidelijk, in waterbestendig materiaal, aangegeven worden dat het water niet geschikt is voor menselijke consumptie en dat gebruik op eigen risico is.
  • De exploitant afficheert de beschikbaarheid van water op een duidelijke manier, zichtbaar vanop de openbare weg van zodra er water ter beschikking is.

Art. 7.- De installatie dient uiterlijk te gebeuren op de eerste werkdag na de start van de bemaling. De exploitant stuurt uiterlijk de dag na de installatie foto’s van de opstelling waaruit de nakoming van bovenstaande voorwaarden blijkt naar de dienst duurzaamheid op duurzaamheid@rijkevorsel.be.
Art. 8.- Het buffervat kan uitzonderlijk op openbaar domein geplaatst worden indien plaatsing op privaat terrein niet mogelijk is. In dit geval wordt er een vrijstelling verleend van de retributie op de inname van het openbaar domein, maar dient er minstens twee weken op voorhand een signalisatievergunning aangevraagd te worden.
Art. 9.- De installatie (pomp en aftapkraan buffervat) moet uitgerust worden met de nodige debietmeters. De aanvrager dient de begin- en eindmeterstanden op het einde van de bemaling via mail (duurzaamheid@rijkevorsel.be) te melden, zodat een betere opvolging en handhaving mogelijk wordt.
Art. 10.- Door het industriële karakter van Vlaanderen zijn er op verschillende plaatsen bodemverontreinigingen ontstaan. Deze kunnen ook een verontreiniging van het grondwater tot gevolg hebben. Om gezondheidsredenen en risico’s op verspreiding van eventuele verontreiniging tegen te gaan, mag bemalingswater van- of in de buurt van zo’n risicogronden niet hergebruikt worden en dient er overgegaan te worden op lozing.
Met behulp van het bodemattest, meegeleverd bij verkoop van het perceel, moet er gecontroleerd worden of de desbetreffende grond een risicogrond is. Bij een blanco bodemattest dient het bemalingswater via staalname geanalyseerd en getoetst te worden aan zowel het Vlarebo als de indelingscriteria voor het lozen van afvalwater met of zonder gevaarlijke stoffen. De analyseresultaten moeten afgewacht worden voordat het water ter beschikking wordt gesteld of wordt geloosd.
Met behulp van https://www.degrotegrondvraag.be/ en https://services.ovam.be/ovam-geoloketten/#/bodemdossier moet er respectievelijk gecontroleerd worden of er binnen 1,5 keer de invloedstraal van de bronbemaling een perceel gelegen is waar een risicoactiviteit wordt of werd uitgevoerd en/of waar er reeds een decretaal bodemonderzoek uitgevoerd werd. Indien dit het geval is, dient er overgegaan te worden tot de lozing van het bemalingswater.
Art. 11.- De lozing van bemalingswater moet voldoen aan de VLAREM wetgeving. Het college van burgemeester en schepenen kan opleggen en toestemming verlenen dat het traject van de lozing via openbaar domein wordt uitgevoerd als dat lozing in grachten, waterlopen of gescheiden afvoer zou mogelijk maken zonder dat daarvoor enige belasting of retributie voor het gebruik van dit openbaar domein verschuldigd zal zijn. In dit geval dient de toegankelijkheid van het fiets- en voetpad steeds gewaarborgd te blijven door middel van een overrijdbare slangenbrug over de afvoerdarm. Het kruisen van de openbare rijweg met een overrijdbare slangenbrug is echter niet toegelaten. Als alternatief kan er met een constructie overheen de openbare weg met een minimale hoogte van 4.5m gewerkt worden. Als dit niet haalbaar is, dan mag er geloosd worden op de gemengde riolering. Het al dan niet haalbaar zijn is verder gekwantificeerd als een afstandsregel. Indien er zich binnen een afstand van 200m van de locatie van de bemalingspomp een waterloop, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een regenwaterafvoer bevindt die via het openbaar domein bereikbaar is, moet er gemotiveerd worden waarom de lozing hierop niet mogelijk is. Bij een lozing op de gemengde riolering, dient er bijkomend een toelating gevraagd te worden bij Aquafin wanneer het lozingsdebiet hoger is dan 10m³/uur daar het bemalingswater het afvalwater zal verdunnen. Dit kan nadelig zijn voor de werking van de zuiveringsinstallaties.
Indien het bemalingswater afkomstig is van een risicogrond en verontreinigd is, worden er via de vergunning bijkomende lozingsvoorwaarden opgelegd (Vlarem II deel 4 artikel 4.2.3.1.). Bij het bepalen van de lozingsvoorwaarden wordt rekening gehouden met de aard en aanwezigheid van de verontreiniging, de mogelijke verwijderingstechnieken en de impact op oppervlaktewater en/of RWZI.
Art. 12.- De bemaling moet worden stopgezet zodra de ondergrondse constructie geplaatst is en er geen opdrijfrisico voor de constructie meer is. Zoals vermeld onder art. 4 dient er tijdig geëvalueerd te worden of het aanbrengen van extra ballast het opdrijfrisico voldoende kan verminderen waardoor de bronbemaling vroegtijdig stopgezet kan worden.
Art. 13.- Zoals vermeld onder art. 6 dient op het buffervat duidelijk gemaakt te worden dat het hergebruik van bemalingswater op eigen risico is. De gemeente kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade die voortkomt uit het hergebruik van bemalingswater.
Art. 14.- Onderhavig reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286, §2 en 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Art. 15.- De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.