Gelet op de Grondwet, inzonderheid artikel 173;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur; Gelet op het gemeenteraadsbesluit d.d. 16 december 2013 houdende de vaststelling van het retributiereglement inzake occasionele activiteiten;
Gelet op artikel 40 §3 en artikel 41, 14° van het Decreet Lokaal Bestuur, zoals gewijzigd door art. 3 van het Decreet van 8 mei 2018 houdende wijziging van artikel 41 van het Decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur;
Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 56, §3, 7° bevoegd is voor de beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college van burgemeester en schepenen voorbehoudt;
Overwegende dat het billijk lijkt om een retributie te vestigen op occasionele activiteiten met een eenmalig karakter die worden georganiseerd door het lokaal dienstencentrum;
Gelet op de bespreking;
Art. 1.- Vanaf 25 maart 2024 voor een termijn eindigend op 31 december 2025 wordt een retributie gevestigd op occasionele activiteiten met een eenmalig karakter die worden georganiseerd door het Lokaal Dienstencentrum.
Art. 2.- De retributie is verschuldigd door de deelnemers van de occasionele activiteiten.
Art. 3.- De tarieven en de wijze van inning worden vastgesteld door het vast bureau per occasionele activiteit.
Art. 4.- De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur.
Het reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 §1 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur.