Terug
Gepubliceerd op 23/12/2025

Besluit  OCMW-raad

ma 15/12/2025 - 18:00

Reglement inzake tussenkomst in begrafeniskosten. Vaststelling.

Aanwezig: Jan Boeckx, Voorzitter
Dorien Cuylaerts, Burgemeester
Lieven Van Nyen, Bob Van den Eijnden, Peter Janssens, Nathalie Cuylaerts, Bert Vangenechten, Schepenen
Stefan Maes, Luc Jansen, Karl Geens, Liese Vermeiren, Wim De Visscher, Bart Van De Mierop, Danny Eelen, Johan Sysmans, Hans Van Loon, Diede Van Dun, Rudi Vervoort, Jeroen Ooms, Eric Vermeiren, Leslie Haems, Chris Peeters, Eddy Stoffelen, Raadsleden
Bart Adams, Algemeen directeur

Gelet op de Wet d.d. 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;

Gelet op het decreet lokaal bestuur;

Gelet op het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging;

Gelet op het besluit van de OCMW-raad van 2 september 2020 houdende het reglement tussenkomst in de begrafeniskosten;

Overwegende dat eenieder recht heeft op maatschappelijke dienstverlening, die tot doel heeft eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid; dat dit tevens een waardig afscheid omvat bij overlijden;

Overwegende dat het in die zin aangewezen lijkt dat er vanuit het OCMW een tussenkomst voorzien wordt in de begrafeniskosten van een behoeftige persoon; dat het recht op de tussenkomst moet blijken voorafgaandelijk onderzoek door de sociale dienst, dewelke tevens de nodige onderzoeken doet naar de mogelijke terugvorderbaarheid van de betreffende kosten; dat een maximale tussenkomst van € 2500 wordt voorgesteld; dat de tussenkomst kan worden aangewend voor de kosten van bijvoorbeeld: lijkkist, lijkwagen, overbrenging, ceremoniemeester en dragers, lijkzak, kerkdienst, aula of crematie, urne, bloemstuk e.d.; dat de tussenkomst niet kan worden aangewend voor de kosten van rouwbrieven- en prentjes, koffietafel, zerk of columbariumplaatje; dat het aangewezen lijkt om indien mogelijk voorafgaande afspraken te maken met de begrafenisondernemer;

Gelet op de verdere bespreking;

Publieke stemming
Aanwezig: Jan Boeckx, Dorien Cuylaerts, Lieven Van Nyen, Bob Van den Eijnden, Peter Janssens, Nathalie Cuylaerts, Bert Vangenechten, Stefan Maes, Luc Jansen, Karl Geens, Liese Vermeiren, Wim De Visscher, Bart Van De Mierop, Danny Eelen, Johan Sysmans, Hans Van Loon, Diede Van Dun, Rudi Vervoort, Jeroen Ooms, Eric Vermeiren, Leslie Haems, Chris Peeters, Eddy Stoffelen, Bart Adams
Voorstanders: Dorien Cuylaerts, Jan Boeckx, Lieven Van Nyen, Bob Van den Eijnden, Peter Janssens, Nathalie Cuylaerts, Bert Vangenechten, Stefan Maes, Luc Jansen, Karl Geens, Liese Vermeiren, Wim De Visscher, Bart Van De Mierop, Danny Eelen, Johan Sysmans, Hans Van Loon, Diede Van Dun, Rudi Vervoort, Jeroen Ooms, Eric Vermeiren, Leslie Haems, Chris Peeters, Eddy Stoffelen
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

Art. 1.- Bij het overlijden van een behoeftige persoon kan door het bijzonder comité voor de sociale dienst een tussenkomst in de begrafeniskosten worden toegekend van maximum € 2 500 met jaarlijkse indexering van dit bedrag.

Art. 2.- §1. Het OCMW wordt binnen 48 uur na het overlijden of op het eerste mogelijke moment van beschikbaarheid van de OCMW-dienstverlening gecontacteerd door de onvermogende erfgenamen en/of de begrafenisondernemer.

§2. De overledene moet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, het vreemdelingen- of wachtregister in de gemeente Rijkevorsel of de overledene is ten laste van het OCMW van Rijkevorsel ten gevolge de wet van 2 april 1965.

§3. De overledene was bij leven behoeftig.

§4. Indien de aanvraag gebeurt door de begrafenisondernemer en er zich geen erfgenamen aanbieden of er geen informatie gekend is over de erfgenamen, wordt het sociaal verslag opgemaakt aan de hand van de beschikbare gegevens.

§5. Het bijzonder comité voor de sociale dienst of de voorzitter van het bijzonder comité van de sociale dienst, bij dringende beslissing, beoordeelt de aanvraag op basis van de vaststelling uit het sociaal onderzoek.

Art. 3.- §1. De sociale dienst voert de financiële, sociale en familiale onderzoeken, waaruit de behoeftigheid en de noodzakelijkheid van een tussenkomst in de begrafeniskosten moet blijken.

§2. De sociale dienst onderzoekt de mogelijke terugvorderbaarheid van deze kosten en dit ofwel uit de nalatenschap van de overledene, ofwel bij de eventuele onderhoudsplichtigen van de overledene. De ten laste genomen kosten kunnen al dan niet geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden overeenkomstig art. 98§2 van de wet van de organieke wet van 08 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Hierbij kan er rekening gehouden worden met de schaal van tussenkomst bepaald bij de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie. Billijkheidsredenen kunnen in aanmerking genomen worden om de erfgenamen vrij te stellen van de kosten van de begrafenis.

Art. 4.- De tussenkomst kan niet aangewend worden voor volgende kosten: rouwbrieven- en prentjes, koffietafel, zerk of gravering, aangezien dit niet behoort tot de basisdienstverlening die een begrafenisondernemer aanbiedt.

Art. 5.- Indien mogelijk wordt voorafgaandelijk met de begrafenisondernemer contact opgenomen om tot wederzijdse afspraken te komen om de begrafenis te laten verlopen volgens de voorwaarden van dit reglement.

Art. 6.- De gemaakte kosten dienen bewezen te worden door een factuur van de begrafenisondernemer. De factuur moet ingediend worden, uiterlijk één maand na de begrafenis. Deze factuur dient een gedetailleerde kostenweergave te bevatten.

Art. 7.- De begrafeniskosten kunnen teruggevorderd worden van de erfgenaam indien aan volgende voorwaarden voldaan is:

  • Het moet gaan om erfgenaam die krachtens de wet tot onderhoud gehouden is.
  • De overledene was bij leven behoeftig.
  • De erfgenaam moet vermogend zijn.

Art. 8.- Onderhavig reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286, §2 en 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.

De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.

Art. 9.- Onderhavig reglement geldt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.