Terug
Gepubliceerd op 06/12/2023

Besluit  Gemeenteraad

ma 27/11/2023 - 20:00

Belastingreglement op het ophalen en bewaren van goederen. Vaststelling.

Aanwezig: Lieven Van Nyen, Voorzitter
Dorien Cuylaerts, Burgemeester
Bob Van den Eijnden, Karl Geens, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bert Vangenechten, Schepenen
Jack Jacobs, Wim De Visscher, Stefan Maes, Diede Van Dun, Bart Van De Mierop, Zoë Wouters, Danny Eelen, Lut Backx, Kevin Druyts, Jurgen Van Leuven, Aline Maes, Sabine Fransen, Jeroen Ooms, Karel Godet, Raadsleden
Nina De Vrij, Algemeen directeur wnd.
Verontschuldigd: Bart Adams, Algemeen directeur

Gelet op de Grondwet, art. 41, 162 en 170 § 4;

Gelet op de Wet van 4 februari 2020 houdende boek 3 “Goederen” van het Burgerlijk Wetboek, artikelen 3.58 en 3.59 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek;

Gelet op de Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren;

Gelet op het Decreet van 30 mei 2008 over de vestiging, de invordering en de geschillen van provincie- en gemeentebelastingen;

Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41;

Gelet op het Algemeen Verkeersreglement (KB van 1 december 1975), artikel 4.4;

Gelet op het Gemeenteraadsbesluit van 25 november 2019 betreffend de belasting op het ophalen en bewaren van goederen;

Overwegende dat de gemeente de kosten die zij gemaakt heeft voor het weghalen en bewaren van de gevonden of op de openbare weg geplaatste goederen, mag aanrekenen aan de eigenaar of zijn rechtverkrijgenden; dat de gemeente de teruggave van de goederen, met uitzondering van die waarvan sprake is in artikel 1408, §  1, van het Gerechtelijk Wetboek, of de teruggave van de opbrengst van de verkoop daarvan, afhankelijk kan stellen van de voorafgaande betaling van die kosten;

Overwegende dat voor het afhandelen van verloren en achtergelaten voorwerpen de gemeenten zich baseerden op wetten van 1975 en 1983; dat vanaf 1 september 2021 de regelgeving wijzigde; dat de wetgever hiervoor het Burgerlijk Wetboek aanpaste via de wet van 4 februari 2020; dat de bestaande tarieven niet wijzigen, maar de verwijzing naar de nieuwe wetgeving (Wet van 4 februari 2020) tot gevolg heeft dat de procedure over verloren en gevonden voorwerpen herzien moet worden; dat de nieuwe regeling het kader en de termijnen vastlegt; dat de algemene gekende en toegepaste termijn van zes maanden waarna de gemeente in het bezit kwam van het voorwerp en kon overgaan tot verkoop ervan wordt minder evident en is aan voorwaarden gebonden waarbij de gemeente meer rekening moet houden met de rechten van de eigenaar;

 Overwegende dat volgens de nieuwe wetgeving de rechten en plichten van de gemeente als volgt zijn:

  • De gemeente moet het gevonden of door de vinder in bewaring gegeven voorwerp in een register opnemen en redelijke pogingen ondernemen om de eigenaar terug te vinden.
  • De gemeente is aansprakelijk voor de bewaring.
  • De gemeente kan na zes maanden te goeder trouw en op een economisch verantwoorde wijze beschikken over het voorwerp (m.u.v. voorwerpen die vatbaar zijn voor bederf, die onderhevig zijn aan snelle waardevermindering of schadelijk zijn voor de openbare hygiëne, gezondheid of veiligheid en fietsen waarvoor de bewaartermijn van drie maanden geldt).
  • In geval van verkoop moet de gemeente de opbrengst ter beschikking van de eigenaar of van zijn rechtverkrijgenden houden verminderd met de kosten van weghalen en opslag van de goederen.
  • Het voorwerp blijft toebehoren aan zijn oorspronkelijke eigenaar en de gemeente wordt slechts eigenaar vijf jaar na de opname in het register voor zover de oorspronkelijke eigenaar zich niet kenbaar heeft gemaakt.
  • De gemeente heeft een retentierecht, zolang de eigenaar de verplichting tot vergoeding van de redelijke kosten van bewaring, behoud en opsporing niet is nagekomen.

Overwegende dat de gemeente wordt geconfronteerd met een toename aan chauffeurs die roekeloos rijgedrag stellen; dat de burgemeester de plicht heeft om alle maatregelen te nemen die de openbare orde vrijwaren en garanderen; dat bijgevolg het wenselijk is om een belasting op de door de politie in beslag genomen voertuigen te heffen;

Overwegende dat het wenselijk is de kosten voor de bewaring van loslopende huisdieren van de eigenaars van deze dieren terug te vorderen; dat artikel 9 § 2 van de Wet  van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren voorziet in de mogelijkheid van dergelijke terugvordering;

Overwegende dat de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden, de invoering van onderhavige belasting rechtvaardigen; dat de geldende tarieven ongewijzigd blijven;

Gelet op de besprekingen;

Gelet op het amendement van raadslid Ooms dat ertoe strekt om art.4, 1° van het betreffende reglement te wijzigen als volgt: “1°voor het ophalen en bewaren van fietsen en bromfietsen die ontvreemd werden en waarvan de eigenaar van de fiets of bromfiets werd aangetroffen, deze zelf komt ophalen in de gemeentelijke opslagplaats en dit binnen een termijn vanaf inbewaringneming tot aan de eerstvolgende gemeentelijke openbare verkoop”;

Gelet op de stemming over het amendement, hetwelk wordt verworpen met 17 neen-stemmen, 2 ja-stemmen en 2 onthoudingen (neen-stemmen: Lieven Van Nyen, Dorien Cuylaerts, Bob Van den Eijnden, Karl Geens, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bert Vangenechten, Wim De Visscher, Stefan Maes, Bart Van De Mierop, Zoë Wouters, Danny Eelen, Lut Backx, Kevin Druyts, Jurgen Van Leuven, Sabine Fransen, Karel Godet; ja-stemmen: Jeroen Ooms, Jack Jacobs; onthoudingen: Aline Maes; Diede Van Dun);

Gelet op de stemming over de hoofdvraag, dewelke met 19 ja-stemmen en 2 onthoudingen wordt aangenomen (ja-stemmen: Lieven Van Nyen, Dorien Cuylaerts, Bob Van den Eijnden, Karl Geens, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bert Vangenechten, Wim De Visscher, Stefan Maes, Bart Van De Mierop, Zoë Wouters, Danny Eelen, Lut Backx, Kevin Druyts, Jurgen Van Leuven, Sabine Fransen, Karel Godet, Aline Maes, Diede Van Dun; onthoudingen: Jeroen Ooms, Jack Jacobs);

Publieke stemming
Aanwezig: Lieven Van Nyen, Dorien Cuylaerts, Bob Van den Eijnden, Karl Geens, Nathalie Cuylaerts, Peter Janssens, Bert Vangenechten, Jack Jacobs, Wim De Visscher, Stefan Maes, Diede Van Dun, Bart Van De Mierop, Zoë Wouters, Danny Eelen, Lut Backx, Kevin Druyts, Jurgen Van Leuven, Aline Maes, Sabine Fransen, Jeroen Ooms, Karel Godet, Nina De Vrij
Resultaat: Met 21 niet gestemd

Art. 1.- Heffingstermijn

Met ingang van heden, voor een termijn eindigend op 31 december 2025, wordt er een belasting gevestigd op het weghalen en bewaren door het gemeentebestuur van:

1° de goederen gevonden op de openbare weg en/of aan het bestuur afgegeven overeenkomstig de wet van 4 februari 2020 houdende boek 3 “Goederen” van het Burgerlijk Wetboek;

2° de goederen op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting.

3° de door de politie in beslag genomen voertuigen;

4° de gevonden huisdieren.

Art. 2.- Belastingplichtige

De belasting voor het weghalen en bewaren van goederen, zoals bedoeld in artikel 1, 1°, 2° en 4°, is verschuldigd door de eigenaar van de opgehaalde goederen.

De belasting voor het weghalen en bewaren van de door de politie in beslag genomen voertuigen, zoals bedoeld in artikel 1, 3°, is verschuldigd door de bestuurder van het voertuig op het moment dat het voertuig door de politie in beslag wordt genomen. Indien de identiteit van de bestuurder niet gekend is wordt de belasting gevestigd ten laste van de houder van de nummerplaat van het voertuig.

De houder van de nummerplaat, de eigenaar en de bezitter van het voertuig zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting ten laste van de bestuurder.

 Art. 3.- Tarief

De belasting wordt vastgesteld als volgt:

A. Voor het weghalen en bewaren van goederen en voertuigen, zoals bedoeld in artikel 1, 1° t.e.m. 3°:

1° materieel:

  • Voor het gebruik van voertuigen: 90 € per begonnen uur;
  • Voor het gebruik van een vrachtwagen: 90 € per begonnen uur;
  • Voor het gebruik van een kraan: 90 € per begonnen uur.

2° personeel: per begonnen uur: 50 €. Dit tarief wordt verdubbeld voor prestaties uitgevoerd tussen 22u en 6u of op een zondag of een wettelijke feestdag.

3° transportkosten: 3,70 € per kilometer

4° bewaring in de gemeentelijke opslagplaats:

  •  Overdekt depot: 2,50 € per ingenomen vierkante meter of deel ervan, per begonnen maand vanaf de 8ste dag na de afgifte of ontvangst van het bericht aan de eigenaars of rechtverkrijgenden dat hun eigendom kan worden afgehaald in de gemeentelijke opslagplaats;
  • In open lucht: 0,50 € per ingenomen vierkante meter of deel ervan, per begonnen maand vanaf de 8ste dag na de afgifte of ontvangst van het bericht aan de eigenaars of rechtverkrijgenden dat hun eigendom kan worden afgehaald in de gemeentelijke opslagplaats; 
B. Voor het in bewaring houden van gevonden huisdieren: 2 € per begonnen dag vanaf de 8 ste dag na de afgifte of ontvangst van het bericht aan de eigenaars of rechtverkrijgenden dat hun eigendom kan worden afgehaald in de gemeentelijke opslagplaats;
 
C. Voor de administratiekosten: een forfaitair bedrag van 25 €;
 
D. Voor prestaties door derden op vraag van de gemeente voor het ophalen en bewaren van goederen, voertuigen of huisdieren, zoals bedoeld in artikel 1, 1° t.e.m. 4°: de aan de gemeente aangerekende kosten.
 
De bedragen onder A, B, C en D van dit artikel worden gecumuleerd. De totale belasting bedraagt minimum 175 €. Het minimumbedrag is niet van toepassing op de bepalingen inzake de in bewaring gehouden, gevonden huisdieren.

Art.4. Vrijstelling

De belasting is niet verschuldigd:

1° voor het ophalen en bewaren van fietsen en bromfietsen die ontvreemd werden en waarvan de eigenaar binnen de zes maanden nadat de fiets of bromfiets werd aangetroffen, deze zelf komt ophalen in de gemeentelijke opslagplaats;

2° voor het ophalen en bewaren van goederen waarvan sprake is in artikel 1408, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek.

Art.5.- Wijze van invordering

De belasting moet door de eigenaar op het ogenblik van de afhaling van het goed, voertuig of huisdier contant betaald worden, tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebreke aan betaling wordt deze belasting een kohierbelasting. De belasting wordt dan ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Art.6.- Bezwaar

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden moet zulks uitdrukkelijk vragen in het bezwaarschrift.

De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Art. 7.- Bekendmaking

De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur. Het reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286, § 1 en 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.